De Hopstraat is nu een moderne en gewilde straat om in te wonen. Dat is wel anders geweest. Maar dat is niet vreemd voor een straat die al ruim 600 jaar bestaat. Dan moet er wel het een en ander over te vertellen zijn. En dat is precies wat ik met dit verhaal wil doen: een vertelling over 600 jaar van een straat dat mogelijk begonnen is als een smalle doorgang. O ja, in het verhaal lopen de namen Hopsteeg en Hopstraat nog door elkaar.
Eerste vermelding
In de 14e eeuw was Delft een bierstad. Begin 1400 zijn er al berichten over duizenden vaten Delfts bier die hun weg wisten te vinden naar steden als Breda, Brugge en Middelburg. Dit dankzij de hop die het bier houdbaarder maakte. Brouwen was sindsdien een bedrijfsmatige zaak geworden, waarvoor brouwers deel moesten uitmaken van een gilde.
Verreweg het grootste deel van de vele, vele bierbrouwerijen was gevestigd in de oude kern van Delft (Koornmarkt, Oude Delft, Achterom, Brabantse Turfmarkt, Burgwal). De stad moest uitbreiden en dat deed Delft ten oosten van de Verwersdijk, Burgwal en de Brabantse Turfmarkt.
In dat gebied komt ook de Hopsteeg te liggen. De straat wordt als Hopsteghe al in 1412 vermeld als plek waar waarschijnlijk pakhuizen stonden voor de opslag van hop. Mogelijk werd de hop oorspronkelijk ook verbouwd in de tuinen in dit deel van de stad en hier in schuren opgeslagen.
Stadsbrand
Op 3 mei 1536 wordt een groot gedeelte van Delft in de as gelegd. Op de website van ‘Achter de gevels van Delft’ staat het vermoeden beschreven dat de brand begonnen is op een boerenerf aan de Buitenwatersloot. De harde westenwind waaide brandend plukken brandend hooi, stro of riet de lucht in om zo het ene houten huis na het andere in lichterlaaie te zetten. Zo weet het vuur zich op deze wijze oostwaarts, zelfs tot over de stadsmuur, uit te breiden. Ongeveer 1800 huizen gaan in vlammen.
Onderstaande schilderij, afkomstig uit het stadsarchief, laat duidelijk zien welk deel van Delft is verwoest en geeft een beeld van de bebouwing in de rest van de stad. De pijl geeft aan waar de Hopsteeg is, ook is goed te zien dat de straat vooral aan de noordkant bebouwd is. De zuidkant is nog vooral leeg.

Cameren
Niet lang na de stadsbrand wordt in 1543 een belasting geheven op de huizen in de stad, de Tiende Penning. Uit het bewaard gebleven belastingregister blijkt dat er toen in de Hopsteeg tussen de 25 en 30 cameren stonden. Een ‘camer’ was destijds de typering voor het eenvoudigste huistype: een eenkamerwoning met hooguit daarboven een (onbeschoten) zolder. Doorgaans in een rijtje gebouwd, zo kon worden bezuinigd op de tussenmuren. Formeel mochten de cameren sinds de brand geen rieten daken meer hebben. Of in het bij de brand gespaarde deel van de stad inmiddels overal pannen lagen is zeer de vraag.
Naast de cameren telde de straat ook een of twee wat grotere panden, die als ‘huis’ werden aangemerkt.
Dames van plezier
De Hopsteeg was in de middeleeuwen ook een plek waar de dames van plezier woonden en werkten. In een keur (stadsverordening) werd dit deel van de stad als minder deugdelijk beschouwd: “Ende alle vrouwen die openbaerlijk omme geld sitten en gesellen toelaeten ofte die gelijkcke plaetsen willen houden, sullen woonen inde Dronckensteghe, Hopsteghe en Hermen Cockelaenslaan ende nerghens elders”.
Tegen het eind van de 15e eeuw begonnen de bevolkingslagen zich meer te onderscheiden. Het Oosteinde, dat als woonplaats was aangewezen voor leerlooiers, trok mensen van buiten aan. Dit waren de timmerlieden, metselaars, sjouwers en kruiers. Naast leerlooien werd ook een ander beroep op het Oosteinde uitgeoefend: pottenbakken, toen nog een pover beroep.
Straat in vroegere eeuwen
Delft trekt in die tijd veel mensen van buiten aan. Sommigen komen met schaarse goederen op een kruiwagen en zoeken een woonplek op de binnenplaatsen van de stegen. Een woning voor deze mensen was vaak niet meer dan een houten bouwsel met een rieten dak. In het midden een haardkuil, wat schamele houten meubelen en een bed met stro. Dat was het wel zo ongeveer. Waarschijnlijk vestigden zij zich ook in de Hopsteeg.
Dicht bebouwd in “Gouden” Eeuw
In 1600 worden, alweer voor de belastingen, de stookplaatsen in de stad geïnventariseerd in het zogenoemde ‘haardstedenregister’. Wijkmeesters tekenden daarvoor huis aan huis de haardsteden, ovens, fornuizen, brouwketels, eesten enzovoorts aan die in de huizen aanwezig waren. In de Hopsteeg worden daarvoor 55 woningen bezocht. Daarvan hadden er 48 één stookplaats en vijf twee stookplaatsen. De overige twee werden uit liefdadigheid ‘om niet’ bewoond en vielen buiten de belasting. Het aantal huizen was dus sinds 60 jaar daarvoor bijna verdubbeld. De stad werd steeds voller.
Op een tuinder na, worden ze allemaal bewoond door inwoners met allerlei niet agrarische beroepen: timmerlieden, metselaars, turfdragers, schoenmakers, kuipers, wevers. Op de hoek tegenover de toren op de stadswal woont een chirurgijn, die zijn huis huurt van een kuiper. Sommige huizen worden dubbel bewoond.
Aan het eind van de 16e eeuw komen er plateelbakkers bij. Uitkomend op de Hopsteeg was een plateelbakkerij (De Rouaan later Het Lage Huys) aan het Oosteinde gevestigd. Deze plateelbakkerij is van invloed geweest op de vorming van de Hopsteeg. In verschillende notariële aktes is te lezen dat de plateelbakkerij een achteruitgang aan een slop in de Hopsteeg heeft.
Op de Kaart Figuratief van omstreeks 1675, die de stad in vogelvluchtperspectief weergeeft, is de steeg vol met huizen afgebeeld. Uit historisch onderzoek is gebleken dat de kaart, hoewel geen luchtfoto, behoorlijk realistisch blijkt in zijn weergave. Wat ook opvalt zijn de vele tuinen achter de huizen.
Steeg loopt leeg
Als de woningen in 1730 voor de verponding (huizenbelasting) worden getaxeerd blijkt dat er in de Hopsteeg nog 45 huizen staan. Bijna alle met naam en toenaam verhuurd/bewoond. Een enkele is niet verhuurd. Daarna worden nu vijf tuinen genoemd. In totaal 50 percelen aan weerszijden van de steeg, die kort daarop ieder een verpondingnummer krijgen. In 1749 werd als noodoplossing een zogenoemde “impost”-belasting geheven die de gehate verpachte belastingen op levensmiddelen moest vervangen. De aanslag van deze (nood-)belasting was gebaseerd op het aantal monden en de welstand van de familie. Bij de aanslag blijkt dat van de 50 beschreven verpondingnummers in de steeg er nog maar 17 bewoond zijn. Alle overige panden staan leeg of zijn inmiddels ‘tuin’ of leerlooierij. De woningnood uit de 17e eeuw was inmiddels in de stad duidelijk voorbij.
Wijknummering en straatnamen
Een volgend meetmoment volgde in 1806 toen een wijknummering werd ingevoerd. Wat blijkt: aan de noordkant van de straat zijn nog vier bewoonde adressen over, aan de zuidzijde geen enkele meer. De steeg is geheel leeg voor andere activiteiten, zoals tuinbouw of smerige leerlooierij. Bij de eerste kadastrale opmeting (1825-1830) komt de Hopsteeg in beeld met nog slechts een beperkt aantal gebouwen. In januari 1877 gaat Delft over van wijknummering naar een straatnaam met huisnummering zoals deze nu nog steeds wordt gehanteerd. Bij de uitgifte van die nieuwe huisnummers blijkt dat op dat moment aan de noordzijde 10 woningen en aan de zuidzijde 8 woningen staan. Maar Delft begon meer en meer te groeien waarmee de behoefte aan (betaalbare) woningen steeg.

Steeg wordt straat
Tot slot de naamsverandering van Hopsteeg naar Hopstraat. Dit ging niet zonder slag of stoot. In 1957 wordt in de gemeenteraad nog beraadslaagd over het bestaansrecht van de steeg, immers: “de bebouwing voldoet lang niet aan de vereisten van de Woningwet”. Maar de tijden veranderden. Voor slopen van de binnenstad kreeg men sinds het echec van In de Veste weinig handen meer op elkaar. De steeg bleef en herleefde, dankzij het klussen van een nieuwe generatie bewoners.
In 1964 discussieerde de gemeenteraad over de ‘steeg’. Die benaming werd te aanstootgevend geacht voor de bewoners. Een van de sprekers stelde dat “met name op het gebied van de ontluikende liefde” de naam Hopsteeg voor moeilijkheden zorgde. Hij haalde daarbij Van Dale aan. Daar stond dat men straten voor stegen moet kennen en men dus onderscheid moest maken tussen rang en stand. Daarom maakte hij zich sterk voor de naam Hopstraat. Een opponent haalde er zelfs Shakespeare bij. Die had geschreven dat elke bloem die lekker ruikt nog geen roos hoeft te zijn. De opwaardering van Hopsteeg tot Hopstraat was hem een te grote stap. Hij pleitte voor Hopstraatje. Gelukkig haalde dit voorstel het niet en kennen we de straat nu nog steeds als de Hopstraat.
Zoals vaker ging ook in de Hopsteeg de groei gepaard met stuipjes. Al in 1919 werden de eerste verordeningen afgegeven om de toegankelijk- en bereikbaarheid van de Hopsteeg te bevorderen en begin jaren ’70 was er een gemeentelijke discussie over de aanwezigheid van een grossier in limonade.

Hopstraat in de 21e eeuw
Veel huizen in de Hopstraat zijn nog steeds de huizen van eind 19e eeuw. Maar de kwaliteit van wonen is aanzienlijk verbeterd. De huizen zijn van goedkope arbeiderswoningen verbouwd tot moderne en gewilde huizen. De straat straalt gezelligheid en gemoedelijkheid uit.
Ook de gemiddelde woningwaarde nu (€ 325.000) staat in schril contrast tegenover de prijs waartegen een huis in de jaren ’80 werd verkocht: 15.000 gulden (€ 6.800).
Kortom: de Hopstraat is vitaal genoeg om nog vele jaren mee te gaan.
11 Comments
Wat heerlijk om te lezen Piet.
Veel onderzoek en werk heb je verricht.
Chapeau!🥰
Dank, dank, dank 😉
Heel mooi en interessant ver,haal verteld in 3 columns.
Prachtig Piet👍
Leuk te horen Cora, het volgende onderzoek is inmiddels in volle gang. Wordt vervolgd dus …
Spannend, deze geschiedenis van Delft. Ik ga gewoon met andere ogen kijken naar Delluft.
Duidelijk dat je er veel onderzoek voor hebt gedaan, respect en fijn dat het het met ons deeld!
Haha, dit terwijl Delft nog steeds niet vreemd is voor jou. Ik begrijp van Anneke dat Delluft nog steeds jouw stad is! En ik deel het graag 😉
Vlot geschreven samenvatting van je onderzoek Piet. Ga nu gauw je hele verhaal lezen op http://www.achterdegevelsvandelft.nl
Ik weet niet wie dit geschreven heeft ;), maar leuk te horen! Veel leesplezier met het hele verhaal.
Piet, wat leuk dat ik hier bij jouw verhaal terecht ben gekomen. Ik was op zoek waarom van steeg naar straat en ik belandde in jouw verhaal. Wat een interessant en wat een zoektocht. Ikzelf ben geboren op nummer 22 ( fam v Bemmel ) mijn grootouders. Ik kom geregeld in Delft en heb erg fijne herinneringen aan de Hopstraat waar ik in mijn jeugd mijn grootouders altijd bezocht.
Heerlijk/interessant verhaal.
Woon sinds 1991 in de Hopstraat 22 en sindsdien heb ik ook, heel veel zien veranderen, ten goede.
Zalig, rustig wonen daar.
Hallo Nel, wat leuk om te horen. En fijn dat je al zolang met veel plezier in het huis en de straat woont. Ik ben pas nog door de straat gewandeld, blijft leuk om te doen.
Groet, Piet