De geschiedenis van de Eliza Dorusstraat

Hoewel de straat zelf “pas” 150 jaar bestaat, gaat de geschiedenis veel verder terug. Ergens in de eerste helft van de elfde eeuw wordt bewoning van natte gebieden mogelijk, in die periode ontstaat een ambachtsheerlijkheid die, nadat aan Delft de stadsrechten waren verleend, in de dertiende eeuw de naam Hof van Delft krijgt.

Sint-Agathaklooster

Buiten de omwalling van Delft is weinig bebouwing. Het gebied heeft veelal een groene bestemming met tuinbouw, boomgaarden, moes- en siertuinen en weilanden. De weilanden zijn bij uitstek geschikt om onder meer gebleekte kleding, beddengoed en gordijnen te laten drogen. Al in de zestiende eeuw liggen hier al vele bleekvelden.

Kaart figuratief (1675-1678), met het gebied net buiten de Schoolpoort met moestuinen en bleekvelden.

Het onderstaand plaatje toont een overzicht van een aantal bleekvelden die in de 16e eeuw toebehoorden aan het Sint-Agathaklooster. Delft telde in de middeleeuwen een stuk of tien kloosters, waarvan sommige een zeer groot bezit aan onroerend goed en renten had. Sint-Agatha was hier één van en bezat in dit gebied meerdere percelen. 

Detail Minuutplan 1832. Op perceel 363 wordt de Eliza Dorusstraat gebouwd. Perceel 364 is de locatie van de opgraving in 2024.

De bleekvelden zijn bij de eerste kadastrale opmeting (periode 1825-1832) in handen van Johanna de Haan, weduwe van Pieter van Gaalen. Leuk detail is dat op perceel 363 later Eliza Dorusstraat 38 is gebouwd.
Johanna verkoopt haar bezit aan haar zoon Anthonij, naar wie de Van Gaalenlaan vernoemd is. Na diens overlijden komt het overgrote deel in bezit van Johannes Petrus van Zon, een broer van de grootvader van mijn schoonmoeder.

Een van zijn broers, Quirinus van Zon, is in 1908 de medeoprichter van een handel in koloniale waren, oliën, vetten, chemicaliën en aanverwante artikelen en het fabriceren van zeep en zeeppoeder aan de Spoorsingel.
De familie Van Zon heeft aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw veel bezittingen in Hof van Delft.

Bouwexplosie

Na verkaveling verkoopt Van Zon het voormalige bleekveld (waarop de Eliza Dorusstraat ontstaat) op 23 mei 1891 als bouwperceel aan twee ondernemers: timmerman Hermanus Beijer en metselaar Johannes Rudolphus Vos. Beiden zijn in die periode zeer actief als aannemer en hebben al diverse keren op eigen naam, met wisselend succes, deelgenomen aan openbare aanbestedingen. In een brief van 11 december 1891 aan het bestuur van Hof van Delft vraagt de bouwcombinatie om een gunstige beslissing voor “het bouwen van eenigen woningen aan de Eliza Dorusstraat”.

Verzoekschrift van de heren Beijer en Vos.

Hun dadendrang is imposant te noemen. Op de eerste plaats vanwege de datum waarop, volgens de gevelsteen, de eerste steen is gelegd: 15 mei 1891. De bouw was dus al begonnen voordat de akte was gepasseerd.
Ruim een jaar na de aankoop van het perceel zitten de heren bij de notaris voor een scheidingsakte om formeel de vooraf overeengekomen verdeling van de grond vast te leggen. Uit de akte blijkt dat ieder op dat moment voor eigen rekening de huizen al heeft gebouwd. Beijer aan de noordzijde van de Eliza Dorusstraat, de oostzijde van de (toen nog) Annastraat en de zuidzijde van de Laan van Overvest. Vos aan de zuidzijde van de Eliza Dorusstraat, de westzijde van de Annastraat en de noordzijde van de Laan van Overvest.De heren hebben dus in krap anderhalf jaar tientallen woningen gebouwd en opgeleverd. Een ware explosie dus. In het stadsarchief zijn van die activiteiten helaas weinig bouwtekeningen terug te vinden.

De in 2025 op initiatief van de bewoners vervangen gedenksteen.

Naamgeving straat

De naam Eliza Dorusstraat is ontleend aan de voornaam van Beijers tweede dochter (Elizabeth, geboren in 1878) en de zoon van Vos (Theodorus, geboren 1887). Beijers eerste dochter (Anna) was al de naamgever van de Annastraat (destijds ook in Hof van Delft). Na de annexatie door Delft, waar al een Annastraat bestond, is de straat in Hof van Delft gewijzigd in de Anna Beijerstraat.

Uit ‘Handelingen van de gemeenteraad’ d.d. 28 november 1911

Naar een Delftse woonwijk

Aan het begin van de twintigste eeuw barst Delft (weer) uit haar voegen en wil zij Vrijenban en Hof van Delft annexeren. De eerste pogingen dateren van halverwege de 19e eeuw. Ondanks het aandringen van de stad Delft, wordt in 1913 nog feestelijk het 100-jarig bestaan van de gemeente gevierd. In 1917 dient Gedeputeerde Staten een nieuw voorstel in tot opheffing van de twee randgemeenten. Delft, 37.000 inwoners groot, is vrijwel door zijn bouwmogelijkheden heen. Een golf van Delft-haat overspoelt de pers. Parlementariërs en de Kamer worden overstroomd met verzoekschriften. Bijna allemaal tegen het wetsontwerp. Uiteindelijk geeft het betoog van minister Ruys de Beerenbrouck de doorslag: gemeentegrenzen kunnen als achterhaald worden beschouwd, als de stad die zij omsluiten, over deze grenzen heen is gegroeid. Op 1 januari 1921 was de ‘langste grenswijziging ooit’ voorbij. Delft legde snel een weg aan om de binnenstad te verbinden met de straten in Hof van Delft. Deze weg krijgt de naam van de ministers onder wiens bewind de annexatie heeft plaatsgevonden: de Ruys de Beerenbrouckstraat.

1913: onafhankelijkheidsfeest op het Raadhuisplein. Bron: Stadsarchief Delft.

Het straatleven van toen

Het verhaal over het leven in het Hof van Delft van toen kan het best verteld worden door een van de bewoners uit de beginperiode van Hof van Delft: Mies Warffemius. Ik heb met haar, in augustus 2025 enkele maanden voor haar overlijden, een indrukwekkend gesprek gehad. Zij is in 1919 geboren in de Singelstraat als dochter van een barbier. Tegen wil en dank moest zij later het kappersvak in. Later heeft zij die zaak overgenomen en ooit mijn haren geknipt, toen ik vier of vijf jaar oud was.Zij schetste het leven van weleer als wonen in een gezellige wijk met veel winkels. Ondanks haar 106 jaar somde zij moeiteloos alle winkels, de locatie in de wijk en de eigenaren op. Het latere leven in de wijk omschreef ze als gemoedelijk, vriendelijk, behulpzaam en gezellig.

Piet in gesprek met Mies Warffemius (augustus 2025)

Enkele bijzonderheden

Uit bijdragen in de Delftsche Courant van de vorige eeuw is een paar berichten opvallend. 

Het eerste bericht gaat over een Joods echtpaar dat in de Eliza Dorusstraat ondergedoken heeft gezeten. Op 1 december 1942 werd het echtpaar (81 en 66 jaar oud) op nummer 43 gearresteerd en een week later vermoord in Auschwitz. Ook de hoofdbewoner (Jacobus Breedveld) werd gearresteerd. Hij werd gevangengezet in Kamp Vught en na korte tijd wegens ziekte vrijgelaten.

Bron: Joods Monument

Het tweede gaat over een oorlogskind dat in de hongerwinter kennelijk ondervoed was of dreigde te raken waardoor er een oproep werd gedaan voor warm eten. Deze oproep kwam van mejuffrouw Breedveld – van der Beek. Inderdaad, van nummer 43.

Ook een verhaal uit mei 1967 is bijzonder. De eigenaar was zijn huis aan het verbouwen en vond in het plafond elf lege portemonnees. Onderzoek wees uit dat elf jaar daarvoor een 16-jarige bewoner was veroordeeld wegens het stelen van portemonnees en polshorloges uit het Sportfondsenbad.

1 Comment

  • Adri Toet 1 februari 2026 at 16:28

    Weer een leuk verhaal Piet.

    Reply
  • Leave a Reply

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.